Analytisch vermogen

In dit hoofdstuk is het bewijsmateriaal voor de competentie “analytisch vermogen” opgenomen. De betekenis hiervan is als volgt: De student analyseert situaties en data op systematische wijze. Hij stuurt op prestatie-indicatoren (Vereniging Hogescholen, 2018).  De competentie bestaat uit vier deelcompetenties. Iedere deelcompetentie komt apart aan bod en is voorzien van bewijsmateriaal, elk met bijbehorende onderbouwing.

Inhoudsopgave

De student selecteert en presenteert relevante bevindingen ten aanzien van situaties en data (resultaten).

Bewijsmateriaal 1

De probleemanalyse van het onderzoek.

Onderbouwing bewijsmateriaal 1

In de probleemanalyse wordt het probleem volledig geanalyseerd. Door de eerste 6 klantinterviews en meerdere gesprekken met de opdrachtgevers, zijn de relevante bevindingen geselecteerd en zo tot een kernprobleem gekomen.

Bewijsmateriaal 2

De resultaten van het onderzoek.

Onderbouwing bewijsmateriaal 2

Lees de gehele resultaten van het onderzoek, deze laten zien dat ik relevante bevindingen selecteer en presenteer ten aanzichten van de data. Hier is ook de samenhang te zien tussen feiten, analyse en laten (bij bewijs 5) ook de conclusie.

Extra onderbouwing bewijsmateriaal 1

Het selecteren en presenteren van relevante bevindingen ten aanzien van situaties en data wordt bereikt door de uitvoering van de probleemanalyse. In dit proces wordt het probleem grondig geanalyseerd. Dankzij de eerste 6 klantinterviews en diverse gesprekken met de opdrachtgevers, zijn de belangrijke bevindingen zorgvuldig geselecteerd en samengebracht tot een kernprobleem. Dit dient als bewijs omdat het aantoont ik actief relevante informatie heb verzameld, een diepgaande analyse heb uitgevoerd en op basis daarvan de kern van het probleem heeft geïdentificeerd. Het gebruik van zowel klantinterviews als gesprekken met opdrachtgevers laat zien dat het met een brede blik is bekeken en daarmee veel informatie is verzameld, wat de geloofwaardigheid van de conclusies versterkt.

De probleemanalyse is passend bewijs bij deze deelcompetentie, omdat het dus het probleem in kaart brengt aan de hand van een analyse van de data en gegevens. En dat niet alleen! Het leid ook het onderzoek in, daardoor wordt goed aangetoont dat de resultaten van het onderzoek goed aansluiten bij het kernprobleem van De Nieuwenburgt. 

Bewijsmateriaal nieuw

Bekijk het analyseschema

Onderbouwing bewijsmateriaal Nieuw

Ik heb er ook voor gekozen om het analyse schema toe te voegen als bewijs. Met name omdat ik hiermee ook de extra onderbouwing van bewijsmateriaal 2 sterker maak. Dit omdat de deelcompetentie zegt dat relevante bevindingen moet selecteren en presenteren. Hiervoor heb je eerst het probleem nodig, wat duidelijk is. Hiervoor is bewijs 1, de probleemanalyse. Dan is het probleem dus duidelijk. Daarna is er groot onderzoek gedaan waar meerdere bedrijven zijn geïnterviewd. Deze gegevens zijn samengevoegd in het analyseschema. Vandaar dat deze goed is om te bekijken. In extra onderbouwing 2 wordt er verder hierover gesproken.

Extra onderbouwing bewijsmateriaal 2

Voor bewijs 2 zijn de resultaten van het onderzoek van belang. Dit bewijs had ik al gebruikt, alleen was dit nog te algemeen. Vandaar ook dat ik het analyseschema als bewijs heb toegevoegd, om ook daadwerkelijk voorbeelden te kunnen noemen. Daarom staan hieronder 2 voorbeelden uitgewerkt.

Voorbeeld 1:

In de sectie probleemanalyse wordt aangegeven dat een van de kernproblemen zich manifesteert als verspilling in diverse vormen, waaronder voedselverspilling, tijdverspilling en financiële verspilling. Het gebrek aan een effectief inkoop- en voorraadbeheersysteem draagt bij aan deze verspilling, wat een negatieve invloed heeft op de winstgevendheid van het bedrijf.

Om deze kwestie te onderzoeken, is aan bedrijven gevraagd of ze zelf een voorraadsysteem hebben en hun voorraad bijhouden. Het analyseschema laat zien dat slechts één van de vijf winkels, namelijk Ekoplaza, daadwerkelijk voorraad bijhoudt. En Ekoplaza is een winkelketen met meer dan 100 vestigingen is, dus veel groter dan De Nieuwenburgt ooit zal worden. In het gedeelte Resultaten wordt geanalyseerd dat vier van de vijf winkels geen voorraadsysteem hebben en dus geen voorraad bijhouden.

Daarom wordt in de Verbeterfase van het gedeelte Resultaten, onder mogelijke oplossingen, vermeld dat het implementeren van een voorraadsysteem werd afgewezen. Dit besluit is genomen door relevante gegevens te selecteren en te presenteren aan de belanghebbenden.

Wat wel naar voren kwam, is dat 4 van de 5 winkels een kassasysteem hadden. Hierdoor is het onderzoek zich meer gaan richten op een eventueel kassasysteem. Bij de resultaten is daarom te lezen hoe het plan van een kassasysteem er kwam. En in de conclusie en aanbeveling is te lezen dat er voor een Future kassasysteem is gegaan. Dus uit de data bleek dat winkels geen voorraadsysteem hadden, maar wel kassasystemen. Hierdoor is het onderzoek ook die richting in gegaan.

Voorbeeld 2:

Het tweede voorbeeld is afkomstig van de probleemanalyse, voortkomend uit klantgesprekken voorafgaand aan het onderzoek om het probleem in kaart te brengen. Tijdens deze gesprekken moest klanten bij vraag 3 de pijnpunten benoemen. Van de zes respondenten gaven twee aan dat het vervelend was als producten niet op voorraad waren, vooral gezien de grote afstand tot de meeste winkels/huis (vier van de zes benoemden iets met betrekking tot afstand of de locatie van andere winkels). Aangezien de locatie niet ter discussie stond en er geen verandering mogelijk was, moest er worden gekeken naar de voorraad van producten, die direct verband houdt met geldverspilling door overtollige voorraad en het missen van omzet en winst bij onvoldoende voorraad. Uiteindelijk werd het probleem teruggevoerd naar het inkoopproces.

Op basis hiervan werd de doelstelling geformuleerd. De analyse van de data om zorgt ervoor dat het onderliggende probleem te identificeren is en daardoor het juiste probleem aan te pakken. Deze analyse staat dus los van de analyse van de eindgegevens, maar zorgt er wel voor dat het onderzoek het juiste probleem tackelt.

De student toont relaties tussen bevindingen aan (analyse).

Bewijsmateriaal 3

Vanaf de aanleiding tot theoretisch kader.

Onderbouwing bewijsmateriaal 3

In de probleemanalyse wordt het probleem volledig geanalyseerd. Hier worden meerdere problemen aan elkaar gekoppeld om zo de vraag achter de vraag te zien

Bewijsmateriaal 4

Bekijk het analyseschema

Onderbouwing bewijsmateriaal 4

Ik toon relaties tussen bevindingen aan door relevante bevindingen uit de interviews te filteren en in een analyseschema te plaatsen.

Extra onderbouwing bewijsmateriaal 3

Voor dit bewijs is vanaf de aanleiding tot het theoretisch kader het bewijs. De uitleg was nog te onduidelijk dus deze zal ik hier beter uitleggen. Voor de gehele probleemanalyse is met 6 klanten en meerdere malen met de stakeholders overlegd. Dit is veel data, waar iets gedaan mee moet worden. Zo is te zien (ook in voorgaand bewijs) dat klanten nee-verkoop erg vervelend vinden, al helemaal door de afstand naar de winkel. De stakeholders vinden juist het verlies van tijd, geld en  voedsel een probleem. Dit zijn problemen die resulteerde in een samenvoeging en tot de hoofdvraag: 

Hoe kan het inkoop- en voorraadbeheerproces van Biologische boerderijwinkel De Nieuwenburgt worden geoptimaliseerd om verspilling van tijd, geld en voedsel te verminderen en de efficiëntie te verhogen?

Dit om te zorgen dat klanten minder nee verkoop hebben, maar ook dat De Nieuwenburgt geen omzet misloopt en ook niet met veel derf blijft zitten. De relatie tussen de bevindingen van zowel stakeholders als klanten wordt hier gelegd. Wat niet alleen handig is als analyse, maar ook gelijk laat zien voor wie dit onderzoek waarde bied.

Bewijsmateriaal nieuw

De resultaten van het onderzoek.

Onderbouwing bewijsmateriaal Nieuw

De resultaten van het onderzoek zijn in het onderstaande verhaal van belang om de relaties tussen bevindingen te kunnen controleren.

Extra onderbouwing bewijsmateriaal 4

Voor bewijs 4 is bijna hetzelfde bewijs toegevoegd als extra onderbouwing bewijsmateriaal 2. Dit omdat voor beide de bevindingen ontbraken. Daarom is hier stap voor stap 2 voorbeeld bevindingen uitgelegd. Eerst gekeken naar de informatie -> toen is er de volgende analyse gedaan -> dat heeft geleid tot deze bevindingen.

Voorbeeld 1:

In de sectie probleemanalyse wordt aangegeven dat een van de kernproblemen zich manifesteert als verspilling in diverse vormen, waaronder voedselverspilling, tijdverspilling en financiële verspilling. Het gebrek aan een effectief inkoop- en voorraadbeheersysteem draagt bij aan deze verspilling, wat een negatieve invloed heeft op de winstgevendheid van het bedrijf.

Om deze kwestie te onderzoeken, is aan bedrijven gevraagd of ze zelf een voorraadsysteem hebben en hun voorraad bijhouden. Het analyseschema laat zien dat slechts één van de vijf winkels, namelijk Ekoplaza, daadwerkelijk voorraad bijhoudt. En Ekoplaza is een winkelketen met meer dan 100 vestigingen is, dus veel groter dan De Nieuwenburgt ooit zal worden. In het gedeelte Resultaten wordt geanalyseerd dat vier van de vijf winkels geen voorraadsysteem hebben en dus geen voorraad bijhouden.

Daarom wordt in de Verbeterfase van het gedeelte Resultaten, onder mogelijke oplossingen, vermeld dat het implementeren van een voorraadsysteem werd afgewezen. Dit besluit is genomen door relevante gegevens te selecteren en te presenteren aan de belanghebbenden.

Voorbeeld 2:

Het tweede voorbeeld is afkomstig van de probleemanalyse, voortkomend uit klantgesprekken voorafgaand aan het onderzoek om het probleem in kaart te brengen. Tijdens deze gesprekken moest vraag 3 de pijnpunten benoemen. Van de zes respondenten gaven twee aan dat het vervelend was als producten niet op voorraad waren, vooral gezien de grote afstand tot de meeste winkels/huis (vier van de zes benoemden iets met betrekking tot afstand of de locatie van andere winkels). Aangezien de locatie niet ter discussie stond en er geen verandering mogelijk was, moest er worden gekeken naar de voorraad van producten, die direct verband houdt met geldverspilling door overtollige voorraad en het missen van omzet en winst bij onvoldoende voorraad. Uiteindelijk werd het probleem teruggevoerd naar het inkoopproces.

Op basis hiervan werd de doelstelling geformuleerd. De analyse van de data om zorgt ervoor dat het onderliggende probleem te identificeren is en daardoor het juiste probleem aan te pakken. Deze analyse staat dus los van de analyse van de eindgegevens, maar zorgt er wel voor dat het onderzoek het juiste probleem tackelt.

De student geeft op basis van de relaties tussen bevindingen een onderbouwd waardeoordeel (conclusie).

Bewijsmateriaal 5

De conclusie en aanbeveling van het onderzoek

Onderbouwing bewijsmateriaal 5

In deze twee hoofdstukken is te lezen hoe op basis van de interviews, de brainstormsessies en deskresearch er een onderbouwd waardeoordeel is uitgekomen. 

Bewijsmateriaal nieuw

De resultaten van het onderzoek.

Onderbouwing bewijsmateriaal Nieuw

Ook is er bij deze deelcompetentie nieuw bewijsmateriaal toegevoegd. Namelijk de resultaten van het onderzoek. Dit is nodig om te begrijpen hoe er van de probleemanalyse (deze is als het goed is gelezen bij de bewijzen hierboven) tot een conclusie is gekomen. De resultaten zijn opgebouwd door gebruik te maken van het DMAIC model. 

Dus bij bewijsmateriaal 1 t/m 4 gaat het over de probleemanalyse en hoe het probleem tot stand komt. Bij bewijs materiaal 5 is de conclusie en aanbeveling te lezen, maar de tussenweg miste, namelijk hoe kwam ik tot die conclusie. In de resultaten is te zien dat doormiddel van het DMAIC model het hele probleem spits, en de vragen een voor een langsloop met de gegevens die ik heb opgedaan.

Extra onderbouwing bewijsmateriaal 5

Door middel van het nieuwe bewijsmateriaal, is er ook meer toelichting mogelijk op bewijsmateriaal 5. Er moet namelijk duidelijk worden gemaakt hoe er tot antwoorden zijn gekomen, door middel van het theoretisch kader.

Het nieuwe bewijsmateriaal is cruciaal omdat het de stappen duidelijker maakt van probleem tot oplossing, en het gebruik van het theoretisch kader duidelijker wordt. Zo is het hele hoofdstuk Resultaten opgebouwd aan de hand van het hoofdmodel van het onderzoek: Het DMAIC model. Hieronder staan een voorbeeld van een koppeling tussen het theoretisch kader en het onderzoek:

Deelvraag 3: Hoe ziet het ideale inkoop- en voorraadbeheer proces eruit?

Staat bij resultaten in de meetfase of hieronder: …

Dit is rechtstreekst vanuit het onderzoek gekopieerd. De meetfase is namelijk een kopje in het onderzoek, maar ook een fase uit het DMAIC model. Namelijk de m van meetfase/measure. 

Door de resultaten van het onderzoek goed door te lezen, begrijp je waar de conclusie vandaan komt, waarop die gebaseerd is en hoe dit is gedaan, namelijk aan de hand van het theoretisch kader (DMAIC). 

De student presenteert prestatieindicatoren welke aansluiten bij de bevindingen.

Bewijsmateriaal 6

Lees de resultaten van het onderzoek. Een deel hiervan is ook hieronder geplaatst:

In de Define-fase van het project wordt het probleem van De Nieuwenburgt grondig geanalyseerd, met als doel een duidelijk beeld te verschaffen aan zowel de projectleider als de opdrachtgever (UPD, 2022b). De problematiek is specifiek onderverdeeld in drie subproblemen: verspilling van tijd, verspilling van geld en nee-verkoop. Dit zijn tegelijk ook de KPI’s.

KPI: Verspilling van tijd:
Het identificeren van tijdverspilling is essentieel om de efficiëntie van bedrijfsprocessen te verbeteren. Het vooronderzoek, bestaande uit 6 klantinterviews en 2 gesprekken met de eigenaren, heeft deze problematiek aan het licht gebracht.

KPI: Verspilling van geld:
Het financiële aspect is een cruciaal onderdeel van het gedefinieerde probleem. Naast tijd is het van belang om te begrijpen hoe en waar financiële middelen binnen het bedrijf worden verspild. Het is noodzakelijk om de bronnen van financiële verspilling te identificeren en mogelijke strategieën te onderzoeken om deze verspilling te verminderen of te elimineren.

KPI: Nee-verkoop:
Het fenomeen van nee-verkoop kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de omzet en klanttevredenheid. Het is van belang om de oorzaken van nee-verkoop te achterhalen, zoals onjuiste voorraadbeheer of gebrekkige verkoopvoorspellingen. Door dit aspect grondig te onderzoeken, kunnen gerichte oplossingen worden ontwikkeld om de nee-verkoop te minimaliseren en de algehele verkoopprestaties te verbeteren.

Onderbouwing bewijsmateriaal 6

De KPI’s zijn afgeleid uit de onderzoeksresultaten en zijn verbonden aan de voorgestelde oplossingen, zoals zichtbaar in de conclusie en aanbevelingen.

Extra onderbouwing bewijsmateriaal 6

De informatie die hier staat in nog steeds relevant. Echter zijn de KPI’s uitgewerkt in de verbeterfase. Hierover lees je hieronder meer.

Bewijsmateriaal nieuw

De resultaten van het onderzoek, met name de verbeterfase.

Onderbouwing bewijsmateriaal Nieuw

Ook is er bij deze deelcompetentie nieuw bewijsmateriaal toegevoegd. Zo zijn er in de verbeterfase berekeningen te zien waar het volledige kostenplaatje in beeld gebracht is. Deze zijn ook gekoppeld aan de KPI’s. Hieronder is een voorbeeld te lezen:

Een van de KPI’s is verspilling van tijd. In de kostenberekening is het volgende te lezen:

Een modern kassasysteem automatiseert veel handmatige taken, wat resulteert in aanzienlijke tijdsbesparingen voor medewerkers. Volgens onderzoek door het National Retail Federation kan een geautomatiseerd kassasysteem de transactietijd per klant met 20% verminderen (Extenda Retail, 2022). Deze tijdbesparing draagt niet alleen bij aan een efficiëntere bedrijfsvoering maar kan ook de klanttevredenheid verhogen. Hierdoor kunnen er meer klanten worden geholpen, zijn klanten tevredener en komen ze sneller terug.

Uit persoonlijke communicatie met Tanja Wezendonk op 14 december 2023 blijkt dat we wekelijks ongeveer 90 klanten bedienen in de winkel. Het uurloon van het personeel in de winkel bedraagt 10 euro per uur. Door het bestuderen van camerabeelden van 10 klanten op zaterdag 2 september 2023, zoals gecommuniceerd door Tanja Wezendonk in 2024, hebben we vastgesteld dat het gemiddeld 114 seconden duurt om af te rekenen per klant.

Een besparing van 20% zou neerkomen op ongeveer 23 seconden per klant. Door deze tijdsbesparing te berekenen voor 90 klanten per week, komen we uit op 34,5 minuten per week. Dat is gelijk aan 1249 minuten per jaar, ofwel bijna 2,5 uur. Dit betekent een besparing van 25 euro per maand door alleen al tijd te besparen.

De berekening gaat als volgt:

34,5 minuten per week * 52 weken / 12 maanden = 149,5 minuten per maand
149,5 minuten / 60 minuten = bijna 2,5 uur per maand
2,5 uur * 10 euro = 25 euro per maand.

En dat niet alleen! En is nog een voorbeeld. KPI 2 is verspilling van geld. Ook hier is een berekening bij:

Geavanceerde voorraadbeheerfuncties van een modern kassasysteem verminderen de kans op overmatige voorraad en verouderde producten. Dit draagt bij aan het minimaliseren van voedselverspilling. Volgens het World Resources Institute kan betere voorraadoptimalisatie de voedselverspilling in de detailhandel met wel 30% verminderen (Lipinski, 2013).

De Nieuwenburgt is 10 uur per week open, de gemiddelde omzet per openingsuur is 103 euro (De Snoo, 2014). 1030 per week wordt dan de geschatte inkomsten en 60% hiervan is inkoopkosten. Dat is €618 euro. Als hiervan 30% minder verspilt, levert dat 803,4 euro op per maand. Maar aangezien De Nieuwenburgt al van alles doet om voedselverspilling tegen te gaan, is 30% wel veel. Daarom is er voor de helft gekozen, 15%. Dit betekent dat het alsnog €401,7 per maand bespaard!

Maar dat niet alleen, in de verbeterfase zijn de gehele 3 KPI’s uitgewerkt en te lezen in de verbeterfase. Deze sluiten goed aan bij de bevindingen die gedaan zijn en daarom passend bewijs bij deze deelcompetentie.

Bewijsmateriaal nieuw

De resultaten van het onderzoek, met name de controleerfase.

Onderbouwing bewijsmateriaal Nieuw

Aan de controleerfase is ook nieuwe informatie toegevoegd. Namelijk hoe het op dit moment gaat met de KPI’s. In de defineerfase zijn de KPI’s gedefineerd en beschreven(ook met nieuwe en extra informatie) maar de resultaten daarvan staan in de controleerfase. Deze zijn van belang om het verschil tussen oude en nieuwe situatie rondom de KPI’s te begrijpen.